Alhoewel Senegal tot de armste landen ter wereld behoort rijden er in Dakar veel duur uitziende auto's rond tussen het aanmerkelijk oudere wagenpark. De nieuw lijkende glanzende bolides worden over het algemeen via Geneve en Antwerpen geïmporteerd. Het merendeel van deze voertuigen is circa 3 jaar oud of ouder. Een gebruikte VW Touareg van 2 jaar oud kost circa 25.000 Euro of minder. Een aantal jaren terug werd er een wet aangenomen om auto's ouder dan 5 jaar niet meer binnen te laten. Bedrijfswagens ouder dan 9 jaar werden ook de toegang ontzegd. Even een oud autootje opsturen uit Europa was er dus niet meer bij.
Er rijden in Senegal ongeveer 500.000 auto's en busjes van 5 tot 50 jaar rond. Auto sloperijen bestaan niet echt in Senegal. In de vele 'garages' worden de onderdelen tot op de rand van versleten nog hergebruikt. Wat er daarna over blijft gaat naar de oud ijzer handelaartjes die het vervolgens weer verkopen aan kleine smelterijen die er potten, pannen of ander ijzerwaren van weten te maken. Buiten de grote steden zijn soms enorme bergen met oud roest waar te nemen waar ook de oude computers,printers, batterijen, accu's en andere moeilijk recyclebare rommel tussen ligt. Veel kinderen gebruiken deze rokende vuilnisbelten als speelplaats.
De informele handeltjes in oud ijzer zorgen net als zoveel andere 'handeltjes' voor een zwakke maar aanwezige economie. De grote balen met oude kleding die wekelijks in de haven van Dakar aan komen of via Gambia min of meer gesorteerd binnen komen is vaak de oude kleding die in West Europa word weggeschonken. Op de markt in Yoff kopen onze Dakarkidz van hun kleding budget voor circa 5 euro een broek met hemd of T Shirt en als er nog wat over is een broekriem. De copy Nikes uit China kosten gemiddeld 8 euro dus voor circa 13 euro zijn de boys voor een tijdje een vlotte rapper. China doet het zakelijk overigens heel goed in Afrika. Europa laat hier veel kansen onbenut om handel en duurzame technologie aan de man te brengen.
Er leeft een kleine elite van circa 2% in Senegal die bijzonder rijk is. Daaronder is er een middenstand (6%) waar te nemen die veelal uit Libanezen bestaat of reeds lang zaken doende Senegalese families die het handelen met de Libanezen, Chinezen, Fransen, Arabieren goed beheersen. Dat er gemiddeld 12 personen zijn die meeleven van elk vaak laag en zuur verdiend salaris geeft een enorme druk op de werknemer die het salaris verdiend. Sparen is er daardoor niet bij en de Banken geven nauwelijks leningen aan landgenoten. Microkredieten aan polygame families is een verhaal apart. Daar kom ik later op terug.
De mondiale crisis is het laatste jaar voelbaar en zichtbaar. De meer dan 350.000 Senegalezen die buiten Senegal wonen sturen maandelijks minder geld en 'handel'. Ook de internationale ontwikkelingsprojecten trekken zich steeds meer terug. Er word aldus minder gegeten in de vaak grote gezinnen en het bedelen op de ernstig vervuilde straten neemt toe.
De rijken en de relatief kleine groep succesvolle middenstanders zijn de grootste vervuilers omdat zij ook de grootste consumenten zijn. De duizenden kleine detaillisten laten met name de plastic zakjes berg dagelijks met vele tonnen groeien. De winsten in hun kleine winkeltjes zijn laag er wordt met name wat geld verdiend aan het verkopen op krediet. Zeeppoeder, suiker, olie, kruiden, rijst, groenten, brood, vis of vlees worden in kleine hoeveelheden verkocht. De gezinnen zijn groot in Senegal en per dag zijn er al gauw 30 to 40 zakjes en tasjes nodig los van de plastic flessen.
De dakarkids (dakarkids.info) maken wekelijks een strook van 500 meter strand schoon en verzamelen dan ongeveer 300 kilo plastic. Het aangespoelde plastic komt veelal uit andere wijken waarvan de afvoerpijpen direct in ze zee uitkomen. De overheid weet dat het vuilverbranden, energie dus geld op kan leveren. De gesprekken hierover zijn al meer dan 20 jaar gaande.
